Antibioticabeleid in de verpleeghuissituatie

In hoofdlijnen gelden voor de behandeling met antibiotica van patiënten in de verpleeghuissituatie dezelfde overwegingen als in de ziekenhuissituatie. De in verpleeghuizen gehanteerde therapeutische en diagnostische beperkingen maken het echter soms noodzakelijk pragmatische keuzes te maken. Deze keuzes kunnen in ieder verpleeghuis anders uitvallen, naarmate faciliteiten aanwezig zijn. Te denken valt bijvoorbeeld aan wel of niet intraveneus kunnen behandelen. Nogal eens wordt gekozen voor blinde behandeling. Blinde behandeling van infecties leidt echter vroeger of later tot het ontstaan van resistentie. Dit is te meer zo indien de oorzaak van de infectie niet kan worden weggenomen en de behandelingen in opeenvolging worden gegeven. In de verpleeghuissituatie zijn tijdens een of meer antibiotische behandelingen gecreëerde resistente micro-organismen ook nog eens relatief makkelijk overdraagbaar van de ene naar de andere patiënt. In overleg met een vertegenwoordiger van de verpleeghuisartsen is in het licht van bovenstaande besloten geen apart antibioticabeleid voor verpleeghuizen te ontwikkelen. Het in deze richtlijnen opgenomen beleid voldoet. Terughoudendheid met de toepassing van antibiotica lijkt echter gerechtvaardigd. Bij terugkerende problemen dient besloten te worden op geleide van kweek en resistentie te behandelen.

In het hoofdstuk Antimicrobiële middelen staat voor een aantal antimicrobiële middelen de mogelijkheid voor intramusculaire toediening aangegeven. Dit is met name bedoeld voor situaties waarin intraveneuze toediening niet mogelijk is.