Richtlijnen antibiotica switch therapie

Omzetten van intraveneus naar oraal/enteraal is aangewezen na 48–72 uur intraveneuze therapie onder de volgende voorwaarden:

  • Patiënt hemodynamisch stabiel, ofwel geen aanwijzingen voor sepsis (hypotensie en tachycardie)
  • De tekenen van de infectie verbeteren bij patiënt, ofwel de lichaamstemperatuur en leukocytose moeten een duidelijke tendens vertonen tot normaal worden
  • Patiënt in staat orale medicatie in te nemen of enteraal via sonde te ontvangen(1)

 

(1): Indien in eerste instantie orale medicatie niet mogelijk is, dient binnen 48 uur na het starten van de orale intake Antibiotica Switch plaats te vinden.

 

Contra-indicaties:

  • Koorts bij neutropenie
  • Onderstaande aandoeningen, omdat bij deze met orale antibiotica onvoldoende hoge concentraties ter plekke van de infectie worden bereikt:
    • Meningitis, intracraniële abcessen
    • Endocarditis
    • Mediastinitis
    • Legionella-pneumonie
    • Exacerbatie van cystische fibrose
    • Staphylococcus aureus-bacteriëmie 
    • Ernstige weke-deleninfectie, bijv. groep A streptokokken infecties
    • Infectie van/met kunstmateriaal, onder andere lijnsepsis
    • Leverabcessen
    • Empyemen
    • Osteomyelitis/artritis

Antibioticakeuze bij omzetting van intraveneuze naar orale/enterale(2) antibiotica. Bij patiënten die voldoen aan de Switch criteria kunnen, tenzij de kweek en resistentie-uitslagen anders dicteren, de volgende antibiotica omzettingen plaatsvinden. Bij alle andere gevallen of bij twijfel: overleg met de arts-microbioloog.

Intraveneus Oraal(3)
amoxicilline 1 gram 4–6 dd → amoxicilline 750–1000 mg 3 dd
amoxicilline/clavulaanzuur 1000/200 mg 4–6 dd → amoxicilline/clavulaanzuur 500/125 mg 3 dd
flucloxacilline 1000–2000 mg 6 dd → flucloxacilline 1000 mg 4 dd
cotrimoxazol 960 mg 2 dd → cotrimoxazol 960 mg 2 dd
clindamycine 600 mg 3 dd → clindamycine 600 mg 3 dd
rifampicine 600 mg 2 dd → rifampicine 600 mg 2 dd
doxycycline 100 mg 1–2 dd → doxycycline 100 mg 1–2 dd
ciprofloxacine 200–400 mg 2 dd → ciprofloxacine 250–500 mg 2 dd
fluconazol 400 mg 1 dd → fluconazol 400 mg 1 dd
cefuroxim 1500 mg 3 dd → amoxicilline/clavulaanzuur 500/125 mg 3 dd
benzylpenicilline 1–2 milj. IE 6 dd → amoxicilline 750–1000 mg 3 dd

(2): In principe kunnen antibiotica ook via een sonde (in drankvorm indien bestaand of, in opgeloste vorm via spuitmethode, indien toegestaan) worden toegediend. Zonodig overleg met de ziekenhuisapotheker. (Spuitmethode: tablet in spuit van 50 ml, lauwwarm water erbij, oplossen/suspensie en dan spuiten door sonde).

(3): Doseringen volgens formularium of farmacotherapeutisch kompas, waar (gezien de eerdere noodzaak tot intraveneuze therapie) de orale dosering zoals gebruikt bij ‘ernstige infecties’ is aangewezen.