Eradicatiebehandeling MRSA

zie ‘SWAB richtlijn Behandeling MRSA dragers’

Men spreekt van ongecompliceerd MRSA dragerschap wanneer:

  • een individu geen actieve infectie heeft met MRSA en
  • MRSA in vitro gevoelig  is voor de toe te passen antibiotica en
  • er geen actieve huidlaesies zijn en
  • er geen lichaamsvreemd materiaal is dat een verbinding vormt tussen milieu interieur en milieu exterieur (bijvoorbeeld urine catheter, fixateur externa) en
  • dragerschap uitsluitend in de neus is gelokaliseerd

 

 

Lokale behandeling (eradicatie) voor ongecompliceerd MRSA dragerschap

  1. mupirocine neuszalf 3 dd in beide neusgaten aanbrengen gedurende 5 dagen
  2. gedurende de behandeling worden huid en haren dagelijks gewassen met een desinfecterende zeep (Chloorhexidine zeep oplossing 40 mg/ml of betadine shampoo 75 mg/ml), bij voorkeur onder de douche (niet in bad)
  3. dagelijks schoon ondergoed, schone kleding, schone washandjes en handdoeken
  4. op dag 1, 2 en 5 van de kuur beddengoed volledig verschonen, bij het naar bed gaan dient tevens gedurende de behandeling schoon ondergoed dan wel pyjama te worden aangetrokken

 

 

Men spreekt van gecompliceerd MRSA dragerschap wanneer er sprake is van minstens één van onderstaande punten:

  • er actieve huidlaesies zijn en/of er is lichaamsvreemd materiaal dat een verbinding vormt tussen milieu interieur en milieu exterieur en/of
  • MRSA is in vitro ongevoelig voor mupirocine en/of
  • eerdere behandelingen volgens de adviezen bij ongecompliceerd dragerschap hebben gefaald en/of
  • dragerschap bevindt zich in keel, perineum, of huidlaesies, onafhankelijk van neusdragerschap

 

 

Systemische behandeling (eradicatie) voor gecompliceerd MRSA dragerschap

Systemische behandeling gedurende minstens 7 dagen met een combinatie van 2 middelen zoals vermeld in onderstaande tabel. De keuze wordt primair bepaald door de in vitro gevoeligheid van de betreffende MRSA. In principe wordt orale behandeling toegepast. Daarnaast dient de lokale behandeling te worden uitgevoerd.

 

 

Middel 1 Middel 2 Therapie
doxycycline 1 dd 200 mg eerste keus: rifampicine 2 dd 600 mg / bij ongevoeligheid rifampicine: fusidinezuur 3 dd 500 mg aanbevolen
trimethoprim 2 dd 200 mg
clindamycine 3 dd 600 mg alternatief
claritromycine 2 dd 500 mg
ciprofloxacine 2 dd 750 mg
fusidinezuur 3 dd 500 mg rifampicine 2 dd 600 mg