Zwangerschap en lactatie

Het gebruik van geneesmiddelen dient tijdens de zwangerschap tot het uiterst noodzakelijke beperkt te worden. Dit geldt ook voor het gebruik van antibiotica. Steeds dient een afweging plaats te vinden tussen voor- en nadelen van mogelijk antibioticumgebruik.

De meeste middelen kunnen de placenta passeren of kunnen in de moedermelk komen. In hoeverre hiervan schade is te verwachten voor foetus of zuigeling hangt van het geneesmiddel, de toedieningswijze en de omstandigheden af. Voor een aantal veelgebruikte antibiotica wordt aangegeven of toediening tijdens zwangerschap en/of lactatie verantwoord is en welke criteria hieraan ten grondslag liggen. Bij lactatie dient het antimicrobiële middel ook niet op de tepels gesmeerd te worden.

De veiligheid van middelen wordt aangegeven in categorieën. Deze kunnen als volgt worden verklaard:

 

Zwangerschapscategorieën

A. Geen schadelijke effecten waargenomen bij een groot aantal zwangere en vruchtbare vrouwen

B. Geen schadelijke effecten waargenomen bij een beperkt aantal zwangere en vruchtbare vrouwen, alsmede:

B1. Bij voortplantingsstudies bij dieren geen schadelijke effecten waargenomen

B2. Onvoldoende en ontoereikende voortplantingsstudies bij dieren

B3. Bij voortplantingsstudies bij dieren zijn schadelijke effecten waargenomen, waarvan de betekenis voor de mens niet vaststaat, doch waarvan het onwaarschijnlijk wordt geacht dat de foetale schade bij dieren relevantie heeft voor de mens

C. Geneesmiddelen die door hun farmacologische werking schadelijk kunnen zijn voor de foetus, zonder direct teratogeen te zijn

D. Potentieel teratogeen

O. Onvoldoende gegevens bekend

 

In de praktijk kunnen categorie A & B1, op grond van de huidige kennis, tijdens de zwangerschap gebruikt worden.

Wil men een middel van een andere categorie gebruiken, dan is nader overleg daarover gewenst.  

 

Lactatiecategorieën

H.  Handhaven: Borstvoeding en geneesmiddelgebruik veilig te combineren

B.  Beperken: Borstvoeding en/of geneesmiddelengebruik beperken; zo mogelijk dosering/frequentie geneesmiddel laaghouden, anders borstvoeding tijdelijk stoppen

A.  Afwegen: Geneesmiddelgebruik bij borstvoeding en mogelijke gezondheidsrisico’s voor moeder en kind afwegen. Bij voorkeur een veiliger geneesmiddel kiezen, anders borstvoeding (tijdelijk) beperken of stoppen

S.  Stoppen: Borstvoeding en geneesmiddelgebruik niet veilig te combineren. Bij voorkeur een veiliger geneesmiddel kiezen, anders borstvoeding (tijdelijk) stoppen